28-12-2019 12:00

Hoge Raad oordeelt over zorgplicht Hogeschool als opdrachtgever docent (zzp-er)

Op 20- december 2019 wees de Hoge Raad een 81-RO arrest in een zaak tussen de Christelijke Hogeschool Windesheim en een docent die als zzp-er aan de hogeschool verbonden was.  De Hoge Raad volgde daarmee de zeer lezenswaardige conclusie van PG F.F. Langemeijer van 1 november 2019.

In deze casus werd de overeenkomst van opdracht voor bepaalde tijd tussen een als zelfstandig beroepsbeoefenaar werkzame docent en de onderwijsinstelling niet verlengd nadat het bestuur ‘signalen’ had ontvangen over − voor een docent − niet passend gedrag van deze docent tegenover studenten.  De docent op zijn beurt klaagt erover dat hij slachtoffer is van onzorgvuldige procedures en stemmingmakerij en verwijt de hogeschool jegens hem geen veilige werkomgeving te hebben geboden.

De vordering van de docent tot vergoeding van gederfde inkomsten en smartengeld op grond van schending van de norm van art. 7:658 BW werd afgewezen.  In cassatie staat niet langer ter discussie dat het hier gaat om een overeenkomst van opdracht; niet om een arbeidsovereenkomst.

Het cassatiemiddel van de docent/opdrachtnemer valt uiteen in twee onderdelen. Het eerste onderdeel is gericht tegen de verwerping van zijn beroep op aansprakelijkheid van de opdrachtgever op de voet van art. 7:658 lid 4 BW. Het tweede onderdeel heeft betrekking op de door het hof aangenomen algemene zorgplicht van een opdrachtgever en, in het bijzonder, op de vraag of het hof nader onderzoek had moeten (laten) doen naar het beweerde gedrag van de docent, alvorens te besluiten tot het niet verlengen van de overeenkomst.

 Terug