13-11-2018 9:00

Jurisprudentieoverzicht juli 2018 - november 2018

Een selectie van relevante uitspraken in de periode juli 2018 - november 2018

Nieuw toetsingskader verwijtbare werkloosheid

7 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3469

Nieuw toetsingskader voor het beoordelen van de vraag of sprake is van verwijtbare werkloosheid. Dat de werkgever er (uiteindelijk) voor heeft gekozen om het dienstverband op een later moment te beëindigen door middel van een vaststellingsovereenkomst, doet niet af aan de dringendheid van de reden. Het was begrijpelijk dat de werkgever behoedzaam en zorgvuldig heeft willen opereren. Betrokkene heeft ten onrechte een uitkering gekregen. Werkgever kan een verzoek tot schadevergoeding bij het UWV indienen.

Wsf 2000, geen aanpassing diplomatermijn

30 oktober 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:4110

Verweerder heeft het verzoek van eiser om aanpassing van de diplomatermijn terecht afgewezen; beroep ongegrond.

Waarschuwing, disciplinaire maatregel?

9 oktober 2018, Commissie van beroep funderend onderwijs, uitspraak nummer 108240

Soms is een waarschuwing aan te merken als een disciplinaire maatregel. Hiervoor is een aantal factoren van belang, zoals het onderwerp van en de woordkeuze in de brief waarmee de waarschuwing wordt gegeven, de gevolgen van deze brief en de brief bezien in de context waarin deze is gestuurd. Op basis van deze factoren komt de Commissie tot het oordeel dat er geen sprake is van een disciplinaire maatregel. Er is dan ook geen voor beroep vatbare beslissing, zodat het beroep niet-ontvankelijk is.

Inschakelen deskundige door OMR, kosten voor bevoegd gezag? (artikel 28 lid 2 Wms)

25 september 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3434

Ondernemingskamer. Beroep tegen de uitspraak van de Landelijke Commissie voor Geschillen Wms van 26 februari 2018, gewezen onder nummer 107962. De Ondernemingskamer is - met de commissie - van oordeel dat de OMR haar vragen eerst aan de orde had moeten stellen binnen de medezeggenschapsraad als geheel. Ondernemingskader oordeelt dat het voor de OMR niet redelijkerwijs noodzakelijk was een deskundige te raadplegen en dat kosten daarvan dus niet ten laste komen van het bevoegd gezag. Blijkens de wetsgeschiedenis (MvT, Kamerstukken II, 2014/15, 34251, nr. 3 p. 43) moeten de kosten van een nalevingsgeschil bij de commissie en de Ondernemingskamer in elk geval worden aangemerkt als redelijkerwijs noodzakelijke kosten, onafhankelijk van de vraag welke partij in het ongelijk wordt gesteld. Bevoegd gezag dient noodzakelijke kosten voor voeren procedures te dragen.

Uitvoeren taken opleidingsmanager, geen rol maar een functie

13 september 2018, ECLI:NL:RBOVE:2018:3487

De kantonrechter oordeelt dat een opleidingsmanager bij Saxion moet terugkeren in zijn functie en bij de management overleggen. Alle feiten en omstandigheden samen wijzen er overtuigend op dat geen sprake was van slechts een rol, maar van een functie.

Lerares verliest drie kinderen uit het oog, ernstig verwijtbaar handelen werkgever

17 september 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6672

Lerares verliest drie kinderen uit het oog en slaat niet direct alarm. Berisping door werkgever voorbarig, lerares onvoldoende gehoord, te weinig oog voor belangen lerares. Werkgever heeft ernstig verwijtbaar gehandeld. Billijke vergoeding ter hoogte van gederfd loon tot het moment dat arbeidsovereenkomst van rechtswege zou zijn geëindigd redelijk met het oog op arbeidsmarktkansen en aansprak op WW/WOPO-uitkering. Billijke vergoeding heeft geen punitief karakter.

Duurzaam verstoorde arbeidsverhouding, CRvB-formule

30 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2699

Het ontslag op andere gronden: de Raad is met de rechtbank van oordeel dat er ten tijde van het ontslag, anders dan betrokkene betoogt, sprake was van een duurzaam verstoorde arbeidsverhouding. College was bevoegd om betrokkene ontslag te verlenen. Verwijtbaarheid speelt geen rol. De door de rechtbank toegekende compensatie: sinds 2013 hanteert de Raad de zogenaamde CRvB-formule. De Raad volgt de rechtbank in haar oordeel dat sprake is van een overwegend aandeel van het college binnen de bandbreedte van 65 tot 80% en maakt haar overwegingen tot de zijne. Het aandeel ligt niet volledig bij het college nu betrokkene in de verstoring eveneens een aandeel heeft gehad. Artikel 30a.1, aanhef en onder 2, van de NRGA. Omdat geen aanspraak bestaat op een bovenwettelijke uitkering bij werkloosheid, ziet de Raad, anders dan de rechtbank, aanleiding te bepalen dat in dit specifieke geval de compensatie in die zin dient te worden berekend dat het aantal dienstjaren niet door twee wordt gedeeld. De ontzegging van de toegang en de schorsing: naar het oordeel van de Raad woog het belang van het college bij het voorkomen van een verdere verstoring van de arbeidsverhouding zwaarder dan het belang van betrokkene bij het hervatten van zijn re-integratie, zodat het college heeft mogen overgaan tot de schorsing en de ontzegging van de toegang.

Adjunct-directeur mocht tewerkstelling in lagere functie weigeren

30 augustus 2018, ECLI:NL:RBZWB:2018:5057

Kort geding. Op non-actiefstelling adjunct-directeur school door vertrouwensbreuk. Kantonrechter oordeelt dat dat de werknemer niet verplicht kan worden om als docent te gaan werken met afbouw van zijn salaris. Op grond van de cao is plaatsing in een lagere functie mogelijk bij disfunctioneren. Dat van disfunctioneren sprake is, staat echter niet vast. Ook goed werknemerschap verplicht de werknemer niet om de functie van docent te accepteren.

Veronachtzaming re-integratieverplichtingen werkgever

28 augustus 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:3396

Wwz. Zieke werkneemster. Werkgever heeft re-integratieverplichtingen ernstig veronachtzaamd. Eerste jaar ziekte geen gehoor gegeven aan de adviezen van de bedrijfsarts. Geen traject tweede spoor gestart. Werkgever had met werknemer in gesprek moeten gaan over vermoeden werkzaamheden B&B echtgenoot. Verhoudingen onnodig op scherp gezet. Ernstig verwijtbaar handelen van werkgever. Billijke vergoeding van € 20.000,- toegekend.

Nevenvestiging, concurrentie

22 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2768

Bij besluit van 6 maart 2017 heeft de staatssecretaris goedkeuring verleend voor de inrichting van een nevenvestiging van de Obadjaschool. Samenwerkingsverband kan zich niet vinden in de verleende goedkeuring. Zij vreest een afname van het aantal leerlingen van de bij het samenwerkingsverband aangesloten scholen. Gelet op het gebonden karakter van bekostigingsbesluiten bestaat geen ruimte om een verzoek om bekostiging van de nevenvestiging af te wijzen op grond van niet uitdrukkelijk in de wet genoemde belangen. Beroep ongegrond.

Ontbinding e-grond, werkneemster werkt onvoldoende mee aan re-integratie

17 augustus 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:6202

Ontbinding arbeidsovereenkomst op de e-grond. Werkneemster handelt ernstig verwijtbaar door niet mee te werken aan re-integratie en door het boeken van vakantie ondanks weigeren toestemming werkgeefster. Wel toekenning gedeeltelijke transitievergoeding.

Onvoldoende belang  handhaving geheimhoudingsbeding beëindigingsovereenkomst

8 augustus 2018, ECLI:NL:RBMNE:2018:3964

Onvoldoende belang bij handhaving geheimhoudingsbeding in beëindigingsovereenkomst over doorbetaling loon en opnemen vakantiedagen. Uitleg van het beding en contra proferentem-regel. Uitleg boetebeding.

Loonvordering, werknemer oefent feitelijk andere functie uit

7 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7132

Jeugdzorginstelling exploiteert twee gezinshuizen en verleent jeugdzorg met verblijfsaccommodatie. Eiser is sinds oktober 2011 in dienst als leerling pedagogisch medewerker. Vanaf 1 september 2012 volgde eiser de 4-jarige opleiding Sociaal Pedagogisch Hulpverlener (SPH) te Zwolle. Ondanks dat hij als pedagogisch medewerker is benoemd heeft hij feitelijk de functie van gezinshuisouder heeft uitgeoefend. De loonvordering voor betaling van het hierbij behorende hogere salaris wordt toegekend.

Geen verplichting tot zorgmelding Veilig Thuis

7 augustus 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:7127

Mogelijk seksueel (pest)gedrag van ene kleuter tegen andere kleuter. Vader vordert dat de school een melding doet bij Veilig Thuis (AMHK). School heeft gehandeld conform de Meldcode Kindermishandeling. De wettelijke taak van de school is niet gericht op feitenonderzoek. Geen signalen ontvangen dat sprake is van (seksueel) misbruik binnen het gezin en daarom terecht geen melding gedaan. Rechter wijst vordering(en) vader af.

Ontbinding d-grond, wel wachtgeld

3 augustus 2018, ECLI:NL:RBROT:2018:6322

Werkgever wil de arbeidsovereenkomst ontbinden, zonder toekenning van wachtgeld, op de d-grond. Vanaf 2013 is geklaagd over het gedrag van werkneemster, maar zij zou al disfunctioneren vanaf 2011. Werkneemster zou regelmatig te laat komen, schelden, geen controle hebben over de klas en haar administratieve taken niet op orde hebben. Een coachingstraject is mislukt. Ontbindingsverzoek op ‘d-grond’ wordt toegewezen. Geen grond om wachtgeldregeling af te wijzen.

Onderwijsovereenkomst nietig door ontbreken toestemming wettelijk vertegenwoordiger

31 juli 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:2739

Overeenkomst tot het volgen van mbo-opleiding is tot stand gekomen zonder toestemming wettelijk vertegenwoordiger van minderjarige leerling. Leerling roept met succes de nietigheid van de overeenkomst in maar is aansprakelijk voor de door het opleidingsinstituut geleden schade omdat de leerling onrechtmatig heeft gehandeld door de handtekening van haar ouders te vervalsen.

Scholenconstructie omzetbelasting houdt stand

19 juli 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:3322

Nieuwbouwproject met gemeente als bouwheer, gevolgd door belaste levering aan de onderwijsorganisatie. Koopsom is 9,2% van de kostprijs: niet zodanig gering, dat slechts van een symbolisch bedrag kan worden gesproken. De gemeente recht heeft op volledige aftrek van de aan haar in rekening gebrachte omzetbelasting. De koopsom is voor een groot deel gerelateerd aan de gemaakte extra kosten (meerwerk). Materieel dient de onderwijsorganisatie het bedrag te betalen waarmee de kostennormering uit de WVO was overschreden. Geen sprake van voor de kwalificatie als misbruik van recht noodzakelijke gekunsteldheid. Er is gekozen voor de fiscaal meest gunstige weg.

Loondoorbetaling na ontslag op staande voet?

13 juli 2018, ECLI:NL:HR:2018:1209

De HR geeft een genuanceerd oordeel over de verplichting tot loondoorbetaling na een rechtsgeldig gegeven ontslag op staande voet. De rechter moet alle omstandigheden van het geval wegen en artikelen 7:627 en 7:628 BW toepassen. In beginsel geen loondoorbetalingsverplichting bij een ontslag op staande voet, maar onder omstandigheden kan er toch een (al dan niet gedeeltelijke) loondoorbetalingsverplichting zijn.

 Terug