3-4-2019 16:00

Slapend dienstverband in strijd met goed werkgeverschap?

In een week twee (deels) tegenstrijdige uitspraken van kantonrechters over beëindiging slapend dienstverband. De kantonrechter Zwolle oordeelt dat nu nog niet van werkgevers kan worden gevergd het dienstverband te doen eindigen. Daarvoor is nog te veel onzekerheid over de uitvoering van de compensatieregeling. Bovendien moeten werkgevers thans voorfinancieren, hetgeen (nog) niet van hen kan worden gevergd. Vooralsnog moet dan ook worden geconcludeerd dat werkgever niet ernstig verwijtbaar handelt door thans het dienstverband met werknemer slapend te houden, ook niet nu werknemer vóór 1 april 2020 reeds de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt en zijn arbeidsovereenkomst daarmee eindigt. Wel merkt de Zwolse rechter op dat vanaf 1 april 2020 de situatie anders kan komen te liggen.

De rechter in Den Haag oordeelt echter dat het doel van de compensatieregeling duidelijk is dat een einde moet worden gemaakt aan slapende dienstverbanden. Nu bovendien de regeling in de Staatscourant met toelichting is verschenen, is er onvoldoende onzekerheid om niet tot uitbetaling over te gaan. Dat werkgevers de compensatieregeling grotendeels zelf financieren, is een afweging van de wetgever geweest. Het niet beëindigen van het dienstverband is in strijd met het goed werkgeverschap.

 Terug